Kinderlijk geloof?
Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’ Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan.' Math. 18 : 1-3
Op palmzondag kwamen de kinderen naar voren en stelde ik hen vragen over de palmpasenstok, zodat zij, maar ook wij als gemeente, zouden weten wat ze gingen maken en waarom ze straks aan het einde van de dienst die rondjes gingen lopen. Eén jongen zag de zakjes snoep aan de stok en maakte de opmerkingen dat snoepjes eigenlijk niet goed voor je zijn, alleen maar soms. Iedereen schoot in de lach. De jongen werd rood. Samen hebben wij nog een goed gesprek gehad, over wanneer je wel snoepjes mag, als het feest is. En dat het met Pasen groot feest is want Jezus is opgestaan. Maar dat is in het gelach verloren gegaan.
De reden dat ik dit hier schrijf is omdat wij de kinderen graag willen betrekken bij de dienst. We snappen dat zo’n kerkdienst niet makkelijk is, en met het kinderpraatje proberen we het begrijpelijk voor hen te maken. Maar ze staan daar wel kwetsbaar, net als dat jongetje dat Jezus naar voren haalt. Alle ogen op hen, op hem, gericht. Veel volwassenen doen er alles aan om maar niet vooraan te hoeven staan. En onze kinderen, dat kind, staat daar ineens, zichtbaar en kwetsbaar. Als iemand in de lacht geschoten was toen, over dat jongetje, hoe zou Jezus gereageerd hebben? Want Hij maakte geen grapje. Sterker nog, dat kind werd een voorbeeld voor de volwassenen. ‘Wordt als dit kind’. ‘Wordt als een kind’, dat was Jezus boodschap. Dat is nog steeds de boodschap. Als de kinderen naar voren komen in de kerk dan willen we ze serieus nemen met hun vragen en opmerkingen. Met hun geloof waarin ze een voorbeeld voor ons mogen zijn.
Laatst trok een moeder mij aan mijn jas. Ze zei: ‘mijn dochter heeft een vraag’. Ik moest flink door de knieën en een klein meisje vroeg mij: ‘wat is het telefoonnummer van God?’ Een steengoede vraag, misschien wel een vraag van meer mensen, die ze niet durven te stellen. Zij wel. En haar moeder hielp haar door mij stil te zetten en haar niet voorbij te lopen. Ik heb geprobeerd een antwoord te geven. Niet makkelijk, maar dat was haar vraag ook niet.
Misschien heeft uw kind ook wel zo’n vraag, thuis aan tafel. Zo’n vraag over het geloof die u doet stotteren. Of misschien hebt u zelf wel zo’n vraag waarvan u denkt ‘mag ik die wel stellen?’ Trek aan mijn jas. Mail mij. Wijs mij op uw kind. Want ze zijn zo belangrijk in het koninkrijk van God. Hun vragen, hun geloof is ons ten voorbeeld. Niet omdat ze schattig zijn. Maar omdat ze vol vertrouwen zijn. Eerlijk. Confronterend. En Jezus vraagt ons om ook zo in het geloof te staan. Vol vertrouwen. Maar ook eerlijk. Moeilijke vragen te durven stellen. En een antwoord te verwachten. Hij lacht ons nooit uit. Wij zijn welkom bij Hem.
Ds. J. van den Brink-Dekker